3. Onderwijs

3.3 Leerlingondersteuning

Leerlingen onderwijzen, dat is het doel van het onderwijs. Leerlingen hebben daarbij ondersteuning nodig in veel verschillende vormen. De gehele organisatie van de leerlingenondersteuning is erop gericht om alle leerlingen het noodzakelijke te bieden om onderwijs te kunnen volgen. Voor een zeer beperkte groep lukt dat niet. Dan is de behoefte aan professionele hulpverlening zodanig dat een plek gezocht moet worden waar onderwijs en hulpverlening dicht bij elkaar zitten.

Er is in de achterliggende tijd een proces geweest van zelfreflectie: doen we de goede dingen en doen we die goed? Dat is een punt dat blijvend aandacht vraagt. Het heeft geleid tot een scherper zicht op wat we van de leerlingondersteuning willen vragen. Ook de plaats van de ondersteuning als dienstverlenend aan het onderwijs is duidelijker zichtbaar geworden in de school.

In 2020 is bijvoorbeeld in het samenwerkingsverband het besluit genomen om de lwoo-indicatie af te schaffen. Die is lange tijd nodig geweest om duidelijk te krijgen welke leerlingen extra ondersteuning nodig hadden. Tegelijk spreekt die indicatie slechts van een zeer beperkt deel van het ondersteuningsaanbod. In plaats van een groot belang te hechten aan deze indicatie hebben we op alle locaties nu BGT’s (begeleidingsteams) waarin een teamleider, een zorgdeskundige en de zorgcoördinator samen de ondersteuningsvragen beoordelen en de geboden ondersteuning evalueren. Een mooi voorbeeld van de nauwe verbinding tussen de onderwijscollega’s en de leerlingondersteuning.

Deze ontwikkeling is ook zichtbaar in de visie op de organisatie van de ondersteuning in de school. Waar eerder werd gesproken over een zorggebouw en een onderwijsgebouw, alsof het twee gescheiden gebouwen waren, wordt het veel meer geïntegreerd weergegeven: zie onderstaande figuur.

De middelen die wij krijgen via het samenwerkingsverband worden (in nauw contact met het samenwerkingsverband) uitgegeven aan het volledige pakket aan activiteiten dat we aanbieden: van mentoraat tot en met de opvang in de rebound/allround-voorziening (onze eigen vso-voorziening).

In het ondersteuningsaanbod is een opbouw in intensiteit aangebracht. Als we leerlingen met sterke ondersteuningsbehoeften zien instromen, bieden we als passende ondersteuning:

      0. begeleiding in de reguliere klas met de nodig aandacht door de mentor

  1. begeleiding in de reguliere klas, waarbij de mentor het team informeert en betrekt in de ondersteuningsbehoefte.
  2. de mentor betrekt de zorgcoördinator bij de ondersteuning
  3. overleg in het BGT met het oog op extra ondersteuning, zoals beschreven in een arrangementenboek.
  4. het ZAT (zorgadviesteam) met externe deskundigen wordt om advies gevraagd
  5. aanmelding bij de CDL (centrale dienst leerlingenzorg) voor een arrangement
    1) tijdelijk buiten de reguliere klas: een of twee periodes van 13 weken in de rebound of
    2) onderwijs op afstand
  6. aanmelding bij de CDL voor een plek definitief buiten de reguliere klas. Hetzij 1) in de allround of 2) buiten de school: met een tlv (toelaatbaarheidsverklaring) naar het VSO


Hiermee is de ontwikkeling in de leerlingondersteuning niet klaar. De vraag naar de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte en de vormgeving daarvan kort op de kar en dichtbij vraagt om verdere uitwerking. De ontwikkeling die in gang is gezet om op alle locaties te investeren in de deskundigheid binnen de IG’s is daar een voorbeeld van!