5. Financiën

5.1 Financiële positie

Op www.calvijncollege.nl kunt u onder Publicaties de jaarstukken vinden met daarin opgenomen het integrale financiële jaarverslag (met jaarrekening en de goedkeurende accountantsverklaring) en het verslag van de raad van toezicht. 

Hierbij presenteren wij de balans per 31-12-2020, de staat van baten en lasten en de kengetallen over 2020. Per onderdeel geven we een korte toelichting met de belangrijkste aandachtspunten. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen wij u naar de jaarrekening die ook in deze jaarstukken is opgenomen.


Balans per 31 december 2020

       

na resultaatverwerking

31-12-2020

31-12-2019

Activa

       

Vaste activa

 

13.421.800

 

14.089.500

Voorraden en vorderingen

 

1.092.200

 

1.806.400

Kortlopende effecten en liquide middelen

 

7.549.200

 

5.670.300

Totaal activa

 

22.063.200

 

21.566.200

           
           

 

Passiva

       

Eigen vermogen

       
 

Bestemmingsreserve publiek

5.260.600

 

4.639.400

 
 

Bestemmingsfondsen publiek

452.200

 

214.900

 
 

Bestemmingsfondsen privaat

5.100

 

-45.800

 

 

Bestemmingsreserve privaat

3.972.500

 

3.972.500

 

Subtotaal eigen vermogen

 

9.690.400

 

8.781.000

           

Voorzieningen

       
 

Personeelsvoorzieningen

 

1.658.300

 

1.722.600

Schulden op lange termijn

 

5.775.000

 

5.985.000

Schulden op korte termijn

 

4.939.500

 

5.027.700

Totaal passiva

 

22.063.200

 

21.566.200

 

Opvallende mutaties in de balans zijn:

  • De vorderingen zijn aanzienlijk gedaald. Dit wordt veroorzaakt door de in 2019 ontvangen transitievergoedingen; deze konden in 2020 teruggevraagd worden met terugwerkende kracht. Ook is het saldo dat openstaat aan debiteuren fors afgenomen. Dit is een momentopname.
  • De liquide middelen zijn fors toegenomen, onder andere door lagere kosten en relatief weinig investeringen.

 

 

Staat van baten en lasten over 2020

     
 

2020

Begroting 2020

2019

Baten

     

Rijksbijdragen

29.333.400

29.493.400

29.776.400

Overige overheidsbijdragen

953.600

790.400

797.700

Overige baten

1.639.000

2.030.500

1.983.100

Totaal baten

31.926.000

32.314.300

32.557.200

       

Lasten

     

Personele lasten

24.647.400

25.669.700

24.908.700

Afschrijvingen

1.694.000

1.628.600

1.545.600

Huisvestingslasten

1.229.200

1.258.300

1.095.100

Overige materiële lasten

3.338.100

4.168.600

3.940.800

Totaal lasten

30.908.700

32.725.200

31.490.200

       

Saldo baten en lasten

1.017.300

-410.900

1.067.000

       

Financiële baten en lasten

-107.900

-96.600

-80.600

       

Netto resultaat

909.400

-507.500

986.400

 

Hieronder worden een aantal opvallende zaken en afwijkingen ten opzichte van de begroting genoemd:

  • De personele lasten zijn lager uitgevallen dan begroot. Dit heeft verschillende oorzaken:
    • Het aantal fte’s in het nieuwe schooljaar is met ca. 9 verminderd.
    • De dotatie aan de personele voorzieningen kwam € 163.000 lager uit dan was voorzien. Een aantal langdurig zieken is in 2020 uit dienst gegaan en gelukkig hoefden er weinig personeelsleden aan toegevoegd te worden. Vooraf is dat moeilijk in te schatten.
    • Mede als gevolg van de coronacrisis zijn minder uitgaven gedaan aan dienstreizen, koffie/thee en nascholing.
    • De uitgaven aan leermiddelen waren aanzienlijk lager. Een aantal uitgaven is doorgeschoven naar 2021 en omdat een aantal methodes al langer in gebruik is, kunnen daarvan soms alleen tweedehandse exemplaren gekocht worden.
    • Er wordt bewust terughoudend omgegaan met onderhoud aan een aantal gebouwen die aan het eind van hun levensduur zijn.

Kengetallen

Hieronder worden de belangrijkste kengetallen weergegeven, met de uitleg waar dat kengetal voor staat. In de laatste kolom staat de signaleringswaarde. Te zien is dat we bij alle kengetallen aan de ‘goede kant’ zitten. Dat geeft enerzijds comfort, anderzijds is het vooral van belang om naar de structurele inkomsten en uitgaven te kijken. Zoals hieronder wordt toegelicht, is het nog steeds nodig om daarin stappen te zetten.

Daarnaast is in 2020 een nieuwe signaleringswaarde in het leven geroepen: de signaleringswaarde mogelijk bovenmatig publiek vermogen. Aan de hand van deze waarde kan bepaald worden of een school teveel publiek vermogen aanhoudt. Publiek geld dient aan het onderwijs besteed te worden en niet te worden opgepot.

Per ultimo 2020 zouden we volgens deze waarde € 14.300.000 aan publiek vermogen mogen hebben, terwijl dat in onze situatie € 5.700.000 is. De conclusie is duidelijk: we houden niet teveel geld op de plank.