5. Financiën

5.1 Financiële positie

Op www.calvijncollege.nl kunt u onder Publicaties de jaarstukken vinden met daarin opgenomen het integrale financiële jaarverslag (met jaarrekening en de goedkeurende accountantsverklaring) en het verslag van de raad van toezicht. 

Hierbij presenteren wij de balans per 31-12-2021, de staat van baten en lasten en de kengetallen over 2021. Per onderdeel geven we een korte toelichting met de belangrijkste aandachtspunten. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen wij u naar de jaarrekening die ook in deze jaarstukken is opgenomen.


Balans per 31 december 2021

       

na resultaatverwerking

31-12-2021

31-12-2020

Activa

       

Vaste activa

 

12.924.300

 

13.421.800

Voorraden en vorderingen

 

764.300

 

1.053.100

Kortlopende effecten en liquide middelen

 

11.903.400

 

7.549.200

Totaal activa

 

25.592.100

 

22.024.100

           
           

 

Passiva

       

Eigen vermogen

       
 

Bestemmingsreserve publiek

 

14.417.700

5.363.000

 
 

Bestemmingsfondsen publiek

 

0

452.200

 
 

Bestemmingsfondsen privaat

  0

-97.300

 

 

Bestemmingsreserve privaat

 

-111.100 

3.972.500

 

Subtotaal eigen vermogen

 

14.306.600

 

9.690.400

           

Voorzieningen

       
 

Personeelsvoorzieningen

 

1.423.000

 

1.658.400

Schulden op lange termijn

 

5.565.000

 

5.775.000

Schulden op korte termijn

 

4.297.300

 

4.900.400

Totaal passiva

 

25.592.100

 

22.024.100

 

Opvallende mutaties in de balans zijn:

  • De vorderingen zijn opnieuw gedaald. Het saldo aan openstaande facturen is gedaald doordat er niet meer gefactureerd wordt voor het scholierenvervoer in verband met de wijziging van reisproducten bij Connexxion.

  • De meest opvallende ontwikkelingen zijn wel de toename van de liquide middelen en van het vermogen. Dit wordt veroorzaakt door het hoge resultaat, als gevolg van de middelen die we krijgen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs, die – voor zover ontvangen in 2021 – ook in 2021 verantwoord moesten worden.
  • Met betrekking tot het eigen vermogen heeft een heroverweging plaatsgevonden en als gevolg daarvan zijn er wat verschuivingen uitgevoerd.

 

Staat van baten en lasten over 2021

     
 

2021

Begroting 2021

2020

Baten

     

Rijksbijdragen

33.072.900

29.733.900

29.333.400

Overige overheidsbijdragen

894.800

867.800

953.600

Overige baten

1.223.100

1.735.400

1.639.000

Totaal baten

35.190.800

32.337.100

31.926.000

       

Lasten

     

Personele lasten

24.308.000

24.459.300

24.647.400

Afschrijvingen

1.666.100

1.628.400

1.694.000

Huisvestingslasten

1.066.500

1.180.700

1.229.200

Overige materiële lasten

3.397.100

4.122.300

3.338.100

Totaal lasten

30.437.700

32.444.700

30.908.700

       

Saldo baten en lasten

4.753.100

-107.600

1.017.300

       

Financiële baten en lasten

-136.900

-100.900

-107.900

       

Netto resultaat

4.616.200

-208.500

909.400

 

Hieronder worden een aantal opvallende zaken en afwijkingen ten opzichte van de begroting genoemd:

  • De rijksbijdrage voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) van € 2,5 miljoen is geheel in 2021 verantwoord, terwijl de uitgaven hiervoor € 472.000 zijn. De bekostiging is verstrekt voor een schooljaar, maar moet in het kalenderjaar in de baten opgenomen worden. De uitgaven zijn relatief laag, met als belangrijkste oorzaak dat het benodigde personeel niet te krijgen is.
  • De reguliere bekostiging viel ook ca. € 700.000 hoger uit dan we hadden verwacht, door een compensatie van de CAO-verhoging die in 2020 is doorgevoerd. Daarnaast waren de personele lasten lager, ook hier door niet in te vullen vacatures.
  • De toevoegingen aan de personele voorzieningen voor o.a. langdurig zieken zijn erg meegevallen. Dit betreft een post die vanouds conservatief wordt ingeschat, en ook lastig te voorspellen is. Gelukkig is het aantal ziektegevallen meegevallen.
  • De kosten voor leermiddelen zijn € 84.000 hoger uitgevallen, veroorzaakt door het doorschuiven van uitgaven voor een aantal methoden en de toename van de licentie-/foliomethodes.
  • Er wordt bewust terughoudend omgegaan met onderhoud aan een aantal gebouwen die aan het eind van hun levensduur zijn.

 

Kengetallen

Hieronder worden de belangrijkste kengetallen weergegeven, met de uitleg waar dat kengetal voor staat. In de laatste kolom staat de signaleringswaarde. Te zien is dat we bij alle kengetallen aan de ‘goede kant’ zitten. Dat geeft enerzijds comfort, anderzijds is het vooral van belang om naar de structurele inkomsten en uitgaven te kijken. Zoals hieronder wordt toegelicht, is het nog steeds nodig om daarin stappen te zetten.

Daarnaast is in 2020 een nieuwe signaleringswaarde in het leven geroepen: de signaleringswaarde mogelijk bovenmatig publiek vermogen. Aan de hand van deze waarde kan bepaald worden of een school teveel publiek vermogen aanhoudt. Publiek geld dient aan het onderwijs besteed te worden en niet te worden opgepot.

Per ultimo 2021 zouden we volgens deze waarde € 14.700.000 aan publiek vermogen mogen hebben, terwijl dat in onze situatie € 14.400.000 is. Dat betekent dat we de signaleringsgrens heel dicht naderen. Dit wordt met name veroorzaakt door NPO-gelden en dit zal in 2022 naar verwachting verder oplopen. In de jaren daarna kan het beschikbaar gestelde NPO-geld nog worden uitgegeven en dat zal druk geven op het exploitatieresultaat. Structureel gezien zal nagedacht worden over de besteding van dit vermogen aan het doel waartoe het gegeven is: het onderwijs aan onze leerlingen.